Temperierung is geen ruimteverwarming, geen centrale verwarming die de lucht in de ruimten verwarmt. Het is een techniek die warmte verdeelt en warmte-verlies aanvult. Een gebouw met warme buitenmuren (de buitenschil) heeft geen ruimteverwarming nodig. Deze techniek creëert een thermische isolatie voor de omsloten ruimten tegen de invloeden van het buitenklimaat. Ze regelt de temperatuur van de binnenzijde van de gebouwschil. De warme ruimte is de ombouwde ruimte, het volume van het gebouw. Tocht en stof opdwarrelen worden voorkomen, evenals optrekkend vocht en “te droge” lucht. Vochtwering en isolatie zijn overbodig. Deze techniek maakt optimaal gebruik van de fysische eigenschappen van de toegepaste materialen (de bouwmassa) en neemt hiermee het werk en de functie van vochtwering en isolatie over. 

Vaak wordt Temperierung als “verwarmingssysteem” benaderd en beoordeeld. De berekeningsmethodieken voor centrale verwarmingssystemen zijn niet van toepassing op deze techniek. Deze methodieken houden geen rekening met de effecten van de “warme” bouwschil en leiden tot foutieve aannames. Zij resulteren in te lage vermogens met de conclusie/aanname dat de installatie te gering bemeten is en niet voldoet, ondanks het feit dat de ruimten warm zijn. Zo wordt ook vaak gesteld dat Temperierung veel energie verbruikt terwijl het tegendeel aangetoond is.